Nieuws

Vernieuwde website
Hoewel ik na een periode van ziekte achter een deel van mijn werkzaamheden een punt heb moeten zetten, blijft er nog voldoende over waar ik inspiratie uit kan halen. Elders op deze website treft u onder meer geluidsfragmenten aan van de verschillende cd's die op het label DOCUMENT zijn uitgebracht.

Uit het radioarchief
In deze rubriek hoort u maandelijks een favoriete opname uit mijn actieve periode op Radio 4 of een opname van latere datum, variërend van muziek uit de middeleeuwen tot en met muziek uit de twintigste eeuw. Voor de maand oktober is mijn keuze gevallen op muziek van Alexander Tsjerepnin (1899-1977). U hoort van hem de 8 Préludes, op. 9 uit 1919-20, uitgevoerd door pianist Johan Bril.

Alexander Tsjerepnin studeerde aan de conservatoria van Sint Petersburg en Tbilisi en aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs. Hij was leerling van zijn vader Nikolaj Tsjerepnin (1873-1945) die onder meer de balletmuzieken Narcisse et Echo en Le pavillon d’Armide schreef en die het debuut van Diaghilevs ballet in Parijs muzikaal leidde en van Liadov, Sokolov, Hartmann en tot slot in Parijs van Isidore Philipp en Gédalge. In 1921 emigreerde Tsjerepnin naar Frankrijk en doceerde hier van 1938 tot 1945 aan het Russisch conservatorium in Parijs. In 1948 vertrok hij naar de Verrenigde Staten waar hij docent werd aan DePaul University in Chicago. In 1958 kreeg hij de Amerikaanse burgerrechten.

Als concertpianist reisde Tsjerepnin vanuit zijn woonplaats Chicago de wereld rond. Hij bereisde geheel Europa, maar trad ook op in China en Japan. In zijn composities heeft Tsjerepnin zowel invloeden van Prokofiev als van de Franse muziek ondergaan. Met zijn eerste symfonie uit 1927 oogstte hij veel kritiek. Niet zozeer vanwege het gebruik van een radicale muziektaal, als wel vanwege het feit dat hij in het scherzo louter slagwerk gebruikte. Aan persoonlijkheid en eigen initiatief dus geen gebrek!

Tsjerepnin heeft veel geëxperimenteerd met verschillende compositiemiddelen, onder andere met een toonschaal van negen trappen die hij bijvoorbeeld toepaste in de 12 Préludes van zijn Wohltemperiertes Violoncell uit 1926. Ook de 8 Préludes, op. 9 zijn heel kenmerkend voor de componeerstijl van Tsjerepnin.