Nieuws

Vernieuwde website
Hoewel ik na een periode van ziekte achter een deel van mijn werkzaamheden een punt heb moeten zetten, blijft er nog voldoende over waar ik inspiratie uit kan halen. Elders op deze website treft u onder meer geluidsfragmenten aan van de verschillende cd's die op het label DOCUMENT zijn uitgebracht.

Uit het radioarchief
In deze rubriek hoort u maandelijks een favoriete opname uit mijn actieve periode op Radio 4 of een opname van latere datum, variërend van muziek uit de middeleeuwen tot en met muziek uit de twintigste eeuw.
Deze maand twee fragmenten. Tot Stille Zaterdag de aria Seele meiner Seelen uit het passieoratorium Die gekreuzigte Liebe, oder Tränen über das Leiden und Sterben unseres Heilandes van Georg Philipp Telemann, uitgevoerd door de sopraan Johanette Zomer en musici uit het Utrechts Barok Consort onder leiding van Jos van Veldhoven. De laatste tien dagen in april aandacht voor het feest van Pasen door middel van de koraalfantasie Christ lag in Todesbanden van Franz Tunder (1614-1667), gespeeld door Hans van Nieuwkoop op het Schnitger-orgel in de Sankt Ludgerikirche in Norden.

Tunders grootste orgelwerk behoort tot een van de meeste monumentale, maar ook meest complexe Noord-Duitse koraalfantasieën. Door de vele echo’s in een bonte verscheidenheid zou het ook een echofantasie genoemd kunnen worden. Tunder schuift deze beide vormen – die bij Sweelinck nog apart toegepast werden – als het ware in elkaar. De melodie die er aan ten grondslag ligt, is Luthers bewerking van de Paassequens “Victimae paschali laudes”. In de betiteling van de afzonderlijke delen geeft Tunder aan dat hij de tekst van het eerste couplet als leidraad genomen heeft. De aanduidingen van deze tekstregels en de daarbij behorende klavierwisselingen zijn in het handschrift nauwgezet genoteerd. Bij de regel “dass wir sollen per fugam Crom(aticam)” lijkt Tunder echter het tweede couplet aan te halen: “Davon kam der Tod so bald”. De schrijnende chromatische reeksen zijn hier allesbehalve vrolijk. Het kan een theologische duiding zijn van de paradox van het lijden van Christus opdat de gelovige vrolijk mag zijn vanwege de bevrijding van schuld en boetedoening.

Verderop in het werk vormen de tussenliggende echo’s als het ware een affectvolle beschouwing op het voorafgaande. De lofprijzing en de uitbundigheid van dit paaslied wordt zo op een heel verschillende manier in klank ‘geschilderd’.